Categorie archief: Master of Hand Knitting level 1

Eindstreep

Als al het werk gedaan is. De proeflapjes zijn voorzien van alle gegevens, het Report on Blocking is klaar, de map is ingedeeld en gecontroleerd op spelfouten. Moet alles op de bus naar The Knitting Guild Association.

Ordner

De map past in een Post NL-doos en ik prop er papier in tegen verschuiven.

PakketDoos dicht en geadresseerd. Eén, twee, drie ik waag het er op.

Op het postkantoor laat ik het pakket aantekenen. Ik moet opgeven wat er in zit (vreemde inhoud). En op 10 augustus vertrekt het pakket.

Inhoud pakket

In de eerste week van oktober ligt het pakket weer in de bus. Alles is uitgebreid bekeken (door twee personen!) en van goed en positief commentaar voorzien. Drie lapjes zijn afgekeurd. Een mindering op de verkeerde plek, een verkeerde meerdering, en een kabel die wel mooi is maar niet aan de eisen voldoet. Eén vraag moet ik opnieuw formuleren.

Verkeerde meerdering

Verkeerde meerdering

Goede meerdering

Goede meerdering

Achteraf weet ik niet precies wat er mis ging bij de lifted increase. Het ziet er wel iets anders uit dan de eerste keer, dat wel.

15b

He-le-maal fout: de kabel bestaat niet uit twee herhalingen maar uit twee gespiegelde kabels. Dat was een niet heel allerte actie van mezelf.

Omdat het maar drie lapjes zijn, mag ik ook goede foto’s mailen. Wanneer de foto’s te beoordelen zijn, hoef ik niets meer op te sturen. Geweldig!

Op 5 oktober wordt ik terug gemaild. In de bijlage zit een felicitatiebrief.

Congratulations

IK HEB LEVEL 1 GEHAALD. Woehoe! In januari 2014 ga ik aan level 2 beginnen.

 

 

 

Proeflapje Kleur

De opdracht voor proeflapje #16 van het masterprogramma voor niveau 1 van TKGA is het inbreien van een gekleurde streep in een 1/1 boord en het midden in een toer aanhechten van een nieuwe kleur.

Het inbreien van een streep in de boord.

In de instructies staat precies wat ik moet doen. Dat is dus niet al te ingewikkeld. Aan de goede kant van het werk, midden in de boord, brei je in plaats van 1 recht 1 averecht een toer recht. Zo zie je geen “purl bumps” aan de goede kant van het werk. Na de streep doe je dit nog eens met de hoofdkleur.

Rechte toer in de boord

Goede kant van het werk.

Rechte toer in de boord achter

Verkeerde kant van het werk.

 

Het aanhechten met een nieuwe kleur midden in de toer

Het ziet er na het breien zo uit:

Aanhechten midden in toer voor

Goede kant van het werk.

Aanhechten midden in toer achter

Verkeerde kant van het werk.

Dit aanhechten doe ik zo: ik knoop de nieuwe draad tijdenlijk om de oude draad.

Later als ik de draadeinden weg ga werken, haal ik de knoop weer los, kan ik de steken wat aantrekken als dat nodig is, en maas is de draadeinden weg.

Het ziet er netjes uit en de steken lubberen niet al te veel uit tijdens het breien.

Swatch #16 level 1

Swatch #16 level 1

 

Proeflap 15

Eisen

Voor kabellapje #15 moet ik zelf een kabelpatroon zoeken. Het lapje moet aan allerlei eisen voldoen:

  • het moet bepaalde afmetingen hebben (max 10 cm hoog).
  • een bepaald aantal steken (tussen de 24 en 32 steken).
  • aan beide zijden van de kabels 2 averechte steken.
  • minstens twee verticale en twee horizontale herhalingen van het patroon hebben.

Deze laatste eis: twee horizontale en twee verticale herhalingen maakt het zoeken van een kabelpatroon wat moeilijk. Je patroon kan niet te groot zijn, want dan blijf je niet binnen de vereiste afmetingen.

 

Opscheppen

Er is veel moois te vinden (en TKGA moedigt je ook aan om “op te scheppen” met het werk dat je instuurt), maar TWEE herhalingen binnen 32 steken, minus de averechte steken, minus kantsteken….. Er blijft niet veel over voor de kabels zelf.

Ik maak een proeflapje. Ik ga opscheppen, en dan…

Gespiegelde kabels

Het ziet er geweldig uit, maar kijk even goed: het is gespiegeld en GEEN herhaling! Oh, nee, en ik was nog wel zo tevreden. Bijna klaar met de proeflapjes.

Ik brei opnieuw. Dit keer ga ik wat meer voor de zekerheid en ik laat het opscheppen maar een beetje. Dit lapje voldoet aan alle eisen.

Tweede poging kabelproeflapje

De steken zijn keurig. Zelfs aan de achterkant ziet het er keurig uit.

Achterkant proeflapje #15

Al met al heeft dit proeflapje me een week gekost – proberen, breien, opnieuw proberen, breien.

 

Ezel

Voor de werkbeschrijving die ik bij dit kabelproeflapje moet maken, volg ik EXACT de eisen die – gelukkig heel nauwkeurig – beschreven staan in de handleiding. Want: Een ezel stoot zich over het algemeen, geen twee maal aan dezelfde steen. En wie wil er nou een ezel zijn?

Kabels

Kabelproeflapjes

Ik heb me voor de Master of Hand Knitting door de proeflapjes 1 t/m 12 heengebreid en kom bij de kabellapjes. De instructies van TKGA voor #13 en #14 zijn duidelijk: “These swatches contain cable patterns. They test your ability to knit cable patterns with even tension.” Daarna komen nog instructies voor lapje #15 maar die laat ik even voor wat het is.

Gelijkmatige draadspanning

Okay, kabels met een gelijkmatige spanning. Dat klinkt makkelijker dan het is, blijkt na een proef-proeflapje. Aan de rechterkant van de kabel is er niets aan de hand. De spanning is prachtig.

Links in de kabel de uitgelubberde steek

Aan de linkerkant van de kabel is de laatste rechte steek na het “kabelen” erg lang en uitgerekt. Hmmm. Ik probeer eerst of het helpt als ik de averechte steek na de kabel extra aantrek, maar dat resultaat is niet om over naar huis te schrijven.

Dan brei ik een kabelkruising en brei ik de eerste averechte steek na de kabel andersom. Ik sla de draad dus van onder naar boven om de naald. De afstand die de draad tussen de rechte en de averechte steek af moet leggen is minder groot dit maakt de laatste rechte steek misschien wel wat strakker.

Ook dit resultaat is niet helemaal in orde wat mij betreft. Ik ga op onderzoek uit. In mijn boeken vind ik weinig over die uitgerekte steek. Maar in de kabellessen op Craftsy leert Fiona Ellis me een goede truc.

Na het kabelen, haalt ze de eerste averechte steek af. Op de terugweg moet je die dan wel breien (niet vergeten!) en de steek die eerst zo uitlubberde, is na twee toeren prachtig gelijkmatig.

Mijn kabels van lapje #13 en #14 zien er geweldig uit!

Swatch #13 level 1

Swatch #13 level 1

 

Bar Increase

Proeflapje #4 voor de Master of Hand Knitting is het maken van een meerdering door de steek twee keer te breien: de “bar increase”. “Bar” omdat de nieuwe steek een averechte is. Er is dus een streepje (bar) aan de goede kant van het breiwerk te zien.

Bar Increase, right side

 

Maken van de meerdering

Je kunt deze meerdering op twee manieren maken: aan de voorkant van het werk of aan de achterkant van het werk. Voor de master moet de meerdering aan de voorkant. De meerdering maak je zo: recht insteken in het voorpootje, omslaan, doorhalen, recht insteken in het achterpootje, omslaan, doorhalen, af laten glijden.

Close up bar increase

Na deze meerdering is er aan de LINKERKANT van de steek waarmee je de meerdering maakte een averechte steek ontstaan (en te zien!).

 

Waar maak je de meerdering

Als je dus aan beide zijden van je proeflapje gelijkmatig moet meerderen is deze linkerkant iets om rekening mee te houden. Aan de rechterkant van je breiwerk “meerderen na de derde steek” betekent: twee steken gewoon recht breien, in de derde steek meerderen zoals hierboven beschreven. Aan de linkerkant van je breiwerk moet je dan VOOR de derde steek meerderen. Dus: brei tot 4 steken voor het einde van de toer. Brei deze vierde steek in het voor- en achterpootje; brei daarna nog drie steken.

Bar Increase both sides

Nu zitten de meerderingen exact op dezelfde plaats.

Deze meerdering kun je ook aan de averechte kant van je werk maken. De steek die je twee keer averecht gaat breien moet je dan eerst verdraaid op je linker breinaald zetten (steek recht afhalen en terugzetten op de linkernaald).

Steek verdraaid op linker breinaald

Daarna doe je averecht wat je eerder recht gedaan hebt: averecht insteken, omslaan, doorhalen, averecht insteken, omslaan, doorhalen en af laten glijden.

En dan ziet de meerdering er aan de voorkant precies zo uit als de rechte “bar increase”.

Averechte bar increase

 

Perfecte meerdering voor een boord

De “Bar Increase” is in glad breiwerk (tricotsteek) goed te zien. Je kunt je afvragen of je dat wilt. Maar stel, je moet in een 2/2 boord meerderen. Wanneer je één rechte steek voor de averechte steken twee keer breit, zie je de meerdering niet. De nieuwe averechte steek gaat helemaal op in de averechte steken van de boord! 

Bar increase in 2/2 border

Stekenproef

Een onderdeel van  niveau 1 van de Master of Hand Knitting is het berekenen van de stekenproef. Proeflapjes 1,2,3, en 14 (een kabelproef) worden daarvoor gebruikt. Er zitten invulformulieren bij het instructiepakket. Een kind kan de was doen zou je zeggen, maar het is wat meer werk dan je in eerste instantie zou denken.

Stappenplan stekenproef

Na uitgebreid onderzoek in mijn boeken en op internet kom ik tot het volgende stappenplan voor het uitrekenen van de steekverhouding van een proeflapje:

1. Brei een proeflapje. Dit lapje moet groter zijn dan de 10 x 10 cm die altijd op de bolband staan (4″ x 4″ op Amerikaanse bolbanden).

Bolband stekenproef advies

Groter omdat je geen kantsteken, opzetsteken of afkantsteken mee wilt nemen in de berekeningen. Deze steken hebben namelijk een andere verhouding dat de “gewone” steek.

June Hiatt geeft als tip om een proeflapje te breien dat minstens 15% is van de grootte van het werkstuk dat je gaat maken. Bovendien zegt ze dat je het lapje beter nooit kleiner kunt maken dan 10 cm x 10 cm.

2. Was het proeflapje en span het op zoals je zou doen voor het werkstuk dat je van plan bent te maken.

3. Als het lapje HELEMAAL droog is, laat je het een dag liggen voordat je meet. De rek kan na het loshalen nog wat veranderen, waardoor de grootte van het lapje nog verandert.

Rijgdraden in de stekenproef4. Rijg nu (meet)draden in het lapje NAAST de steken en onder of boven een toer. Ik deed dat nooit, maar het blijkt heel handig. Je hoeft niet steeds opnieuw te tellen. Het is duidelijk wat het gedeelte is dat je aan het meten bent.

5. Meet met een houten of metalen liniaal (die rekt nl. niet) het aantal steken nauwkeurig. Tot één achtste steek en tot een halve toer tel je mee.

Om het aantal steken heel precies uit te rekenen, meet je op een paar plaatsen van het ingeregen stuk. Bijvoorbeeld voor het aantal steken meet je bovenaan, op twee plaatsen in het midden en aan de onderkant van het ingeregen stuk.

6. Na al het meten moet het gemiddelde aantal steken uitgerekend worden. Als je op 4 plaatsen meet : (steken plek 1 + st. plek 2 + st. plek 3 + st. plek 4) / het aantal metingen. Vergeet niet op te schrijven over hoeveel cm je gemeten hebt.

7. Om het aantal toeren uit te rekenen, meet je ook op een paar plaatsen in het ingeregen stukje. Ook hier reken je weer het gemiddelde aantal toeren uit. Vergeet ook hier niet op te schrijven over hoeveel cm je gemeten hebt.

8. Als je alle metingen gedaan hebt, ga je het aantal steken en toeren in 10 cm uitrekenen:

Steken:

a)    X steken / X cm gemeten = A steken per 1 cm

b)    A steken per cm x 10 cm = B steken per 10 cm

 

Toeren:

c)    X toeren / X cm gemeten = C toeren per 1 cm

d)    C toeren per 1 cm x 10 cm = D toeren per 10 cm

 

Handig om nog te bedenken

  1. Als een werkstuk in verschillende steken / patronen gebreid wordt, is het handig om van elk patroon een proeflap te breien en op te meten.
  2. Als je meer steken per 10 cm hebt in je proeflapje dan aangegeven staat op de bolband of in het patroon kun je (moet je) op dikkere pennen nog een proeflapje breien.
  3. Als je minder steken per 10 cm hebt in je proeflapje dan aangegeven staat op de bolband of in het patroon kun je (moet je) op dunnere pennen nog een proeflapje breien.
  4. Plat breiwerk of breiwerk in het rond kunnen met dezelfde steek een andere steekverhouding hebben, omdat rond breiwerk alleen maar aan de voorkant van het werk gebreid wordt. Het is voor een goede stekenproef dus belangrijk deze te breien op dezelfde manier als waarop het werkstuk gebreid gaat worden. Een proeflapje voor een rond breiwerk hoeft niet per se in het rond gebreid te worden. Je kunt, wanneer je aan de achterkant van het werk moet gaan breien de draad ook helemaal achterlangs halen om weer een rechte toer te kunnen breien. Voor het meten van het proeflapje knip je de lange draden aan de achterkant van het werk voordat je gaat wassen en opspannen door. Bij zo’n proeflapje het het helemaal belangrijk om behoorlijk ver van de kanten te meten. Deze kantsteken zijn erg vervormd.

Stekenproef rondgebreid stukje

 

En soms doe je gewoon geen stekenproef

Eigenlijk is het natuurlijk altijd belangrijk om de steekverhouding uit te rekenen, maar voor een shawl, bijvoorbeeld, doe ik het eigenlijk nooit. Ook sokken brei ik zonder proeflapje: ik brei meestal met hetzelfde soort garen of dezelfde naalden en zo langzamerhand weet ik wel hoeveel steken ik nodig heb om een comfortabele sok te breien voor mezelf. Maar voor een trui doe ik het wel en mijn “Haute Couture” – vest past dan ook precies!

 

 

Blocken en Documenteren

Blocken voor de Master

Voor ik verder schrijf over het breien voor de Master of Hand Knitting level 1, wil ik wat schrijven over het blocken en documenteren van het werk. Dit is namelijk het onderwerp van het stuk dat je moet schrijven voor het behalen van het eerste niveau. Bovendien moeten alle lapjes geblockt opgestuurd worden. Het is dus handig om voordat je gaat blocken, te weten hoe je dit het beste doet.

Blocken van lapjes

Er is geen goed Nederlands woord voor deze manier van het behandelen van je breiwerk. Je maakt je werk nat en spant het (min of meer) op. We zouden het misschien wassen of stomen noemen, misschien wel opspannen.

Er is een aantal redenen om te blocken. Je werk zal in vorm blijven (het krult niet meer op). Je werk ziet er na het blocken regelmatiger uit (heel fijn als je je beste werk in moet leveren). Sommige garens hebben het blocken nodig om zacht te worden (je spoelt de spinolie er uit). En breiwerk zoals kant-/ajourbreiwerk toont pas na het blocken zijn schoonheid (en grootte).

Ik ga op onderzoek uit en ben verbijsterd over de enorme (Engelstalige – dat wel) informatie die ik in boeken, op internet en op de site van TKGA vindt. Nu is het nog zaak om er een stuk van twee A-4tjes met lettergrootte 12-14 pnt in eigen woorden over te schrijven.

Eén van de video’s die ik vind is onderstaande. Superduidelijk!

http://youtu.be/id0ti5-c1ds

 

Documenteren voor de Master

Proeflapjes formulier / Swatch Information Sheet

Bij elk proeflapje moet je een formulier voegen met informatie, o.a. over de manier van blocken. Ik maak voor mezelf van alle lapjes foto’s: één foto opgespeld voor het blocken van ver (met het nummer van het lapje), één foto close up, één foto van het lapje met afgehechte draden en het vereiste label er aan.

Blocken 1 7b 7c

Terwijl ik de lapjes brei, schrijf ik precies op wat ik doe: welke opzet ik gebruik, wat een handige truc is om het werk netjes te krijgen, hoe ik afkant. Alle gegevens moeten straks op het formulier komen. Hierop staan bovendien gegevens over het garen, de naalddikte, de steek, je referenties etc. Deze eisen staan trouwens keurig in de handleiding die je krijgt.

Swatch #7

Bibliografie

De bibliografie houd ik ook al bij tijdens het breien en schrijven. Handig om dit nu al bij te houden. Dat scheelt straks een hoop werk. Ook de eisen die aan de bibliografie gesteld worden, staan nauwkeurig omschreven in de handleiding.

Voorkant TKGA instructies

Al met al is het handig om, voordat je begint, secuur te lezen wat je moet doen. Er even een paar dagen voor uit te trekken om te bedenken hoe je aanpak zal zijn en nauwkeurig te documenteren wat je doet. Het breien verandert van plezierbreien in plichtbreien. Maar ach, als dit je corvee is, prima toch?